Agro-ecologie

Gezonde voedselproductie begint bij een gezonde bodem. We kiezen radicaal voor een natuurlijke aanpak. Radicaal komt van radix, wat wortel wil zeggen. Van bij de wortel zorgen we voor voedzame groenten die groeien in een versterkend kringloopsysteem.

veldzomer2015

We volgen de 10 principes van de Agro-ecologie.

  1. Grondgebonden productie: We houden rekening met de oppervlakte van onze velden en weilanden bij de keuze voor bepaalde gewassen of dieren. We trachten de input aan voer, energie en water zo laag mogelijk te houden. We kiezen voor lokale productie en consumptie.
  2. Kringlopen sluiten: We streven ernaar zelf in mest, voer, energie en water te voorzien. We zijn een gemengde boerderij (groenten- en veelteelt) waardoor er een optimale wisselwerking tussen beide kringlopen mogelijk is. De output van een systeem (bijvoorbeeld mest van de dieren) benutten we als input van een ander systeem (mest verrijkt het veld) en omgekeerd (onkruid en afval van groenten gaat naar de dieren en op de composthoop).
  3. Bodemvruchtbaarheid opbouwen: We dragen zorg voor de humusopbouw, de bodemstructuur en het bodemleven. De grond wordt enkel oppervlakkig bewerkt. De onkruidbestrijding wordt op verschillende manieren natuurlijk aangepakt: we maaien, mulchen, wieden en schoffelen. We werken met mulch (opbouw van humus ter plaatse) en andere organische bemesting, onder meer groenbemesters, compostthee en verdunde dierlijke mest.
  4. Vrucht(af)wisseling: We kiezen voor een grote diversiteit aan teelten en laten deze roteren om de bodem gezond te houden. Onze methode berust op de voordelen die perma- of polycultuur, combinatie- en rotatieteelt ons bieden. En natuurlijk een portie gezond boerenverstand!
  5. Natuurlijke beheersing van onkruiden, ziekten en plagen: We richten ons op preventie eerder dan op bestrijding. Onze bedden zijn opgebouwd uit verschillende rijen groenten die elkaar versterken in hun groei en werken tegen ongedierte.
  6. Respect voor de integriteit van de bodem, plant en dier: We geven dieren en gewassen de ruimte om zich zo natuurlijk mogelijk te gedragen.
  7. Versterking zelfregulerend vermogen van het agro-ecosysteem: We zoeken naar een evenwicht tussen cultuur-en natuurlandschap, waarbij we bijvoorbeeld ruimte houden voor wilde zones.
  8. Lage output naar het milieu: We streven ernaar om op elk vlak onze ecologische voetafdruk zo klein te houden.
  9. Creëren van multifunctionele meerwaarden: Een gezonde producent-consument-relatie staat centraal maar ook educatie, zorg, ontmoeting, recreatie en natuurbeheer krijgen een belangrijke plaats in ons boerderijbedrijf.
  10. Bedrijfsgebonden vakmanschap: We leren al doende steeds bij over de landbouwuitdagingen en -oplossingen eigen aan deze boerderij.